Door: Ryan Claus Fotografie: Amaury Miller
Artikel
5

Pastafari’s dragen een vergiet om het Vliegend Spaghettimonster te eren

Nederland is met Nieuw-Zeeland het enige land waar het Vliegend Spaghettimonster door de staat erkend wordt als kerkelijke gemeenschap. Nieuwe Revu bezocht een dienst van de Pastafari’s.

‘Ik ben benieuwd wat voor reacties we hierop gaan krijgen.’ Tussen twee lantaarnpalen van de Amsterdamse Javastraat hang ik samen met Dirk Jan Dijkstra (24) – beter bekend als de aartsbisschop van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster – het gigantische spandoek van de kerk op. Het logo van de Pastafari’s – een soort vliegend spaghettimonster – lijkt te zijn geschetst door een peuter, maar de bijbehorende slogan is minder aandoenlijk: ‘Hij werd gekookt voor uw zonden.’

Dijkstra geniet zichtbaar van de lichte spanning en afkeurende blikken van voorbijlopende moslima’s. ‘Deze buurt staat bekend om zijn diversiteit en mensen met verschillende geloven, waarvan sommigen zeer fanatiek. Maar wij mogen, net als alle andere religies, ook ons geloof promoten. Hier valt het nog best mee, maar in Amerika worden tweewekelijks evenementen georganiseerd. Het leeft daar veel meer, dus de tegenstand natuurlijk ook. Er wordt veel strijd gevoerd. Als dit een café in Amerika was geweest met dit spandoek erbij, zouden er minstens dertig christelijke fundamentalisten protesteren en roepen dat wij in de hel zullen branden. Vanzelfsprekend zou er dus ook een groep Pastafari’s naast staan om te roepen dat zij hen juist welkom zouden heten in onze hemel van biervulkanen en stripperfabrieken.’

Een vergunning of zelfs toestemming om zijn meterslange geloofsovertuiging waar hij ook maar wil op te hangen, heeft Dijkstra niet nodig. Althans, in Nederland en Nieuw-Zeeland, de enige landen op aarde waar het Vliegend Spaghettimonster door de staat erkend wordt als kerkelijke gemeenschap. En dat allemaal dankzij een openbaring die een jonge jurist twee jaar geleden beleefde in zijn achtertuin in Emmen. ‘Samen met een paar vrienden vonden wij het ondenkbaar dat de kerk dat een Vliegend Spaghettimonster aanbidt niet door de staat als geloof werd erkend, maar een kerk met pratende slangen, een ark vol dieren of hemels met 72 maagden wel. Dus stapten we naar de Kamer van Koophandel in Groningen om ons als Pastafari’s in te schrijven als kerkgenootschap. Uiteraard zonder succes. De ambtenaren die ons hielpen waren van mening dat het Vliegend Spaghettimonster geen echte god is.’

Het is de eerste afwijzing in een lange strijd tegen het ambtelijke apparaat, maar Dijkstra en zijn vrienden weten waar ze aan beginnen en stappen in januari 2016 met een bezwaarschrift naar de KvK in Amsterdam. ‘Dit keer hadden we wel succes. In Amsterdam deden ze ons verzoek in één zin af met: “Bij dezen bent u geregistreerd.” Vanaf dat moment waren we een officieel kerkgenootschap. We hadden veel meer tegenstand verwacht.’

De vijf Pastafari’s in de hoek van de hippe bar vallen met kleurrijke vergieten op hun hoofd duidelijk op, wat tot kostelijk vermaak leidt bij de minstens net zo hippe stamgasten. Pascal trekt zich niks aan van de reacties. ‘Ik hoor mensen met een ander geloof weleens zeggen dat ons geloof nergens op slaat. Wie zijn zij om dat te zeggen? Die mensen snappen het helemaal niet. Ze hebben geen flauw benul waar het Vliegend Spaghettimonster vandaan komt en nemen ons daarom niet serieus. Iedereen moet kunnen geloven wat hij, zij of het lekker zelf wil. Dus laat mij in het Vliegend Spaghettimonster geloven!’

Het vergiet is het antwoord van de Pastafari’s op de religieuze hoofddeksels van moslims en Joden, die dankzij een uitzonderingspositie in hun paspoort op de foto mogen met hoofddoek, keppeltje of tulband. Sinds 2012 proberen honderden aanhangers van het Vliegend Spaghettimonster tevergeefs om zich bij deze uitzonderingspositie aan te sluiten, maar gemeenteambtenaren – aangestuurd door de Rijksdienst – vallen telkens weer terug op standaardafwijzingen. In de afgelopen jaren is het afketsen van de vele duizenden aanvragen vrijwel dagelijkse kost voor de ambtenarij geworden. Op 29 februari 2016 gaat het eindelijk mis. De gemeente Leiden geeft het allereerste paspoort en rijbewijs af met daarop een trotse Pastafari mét vergiet als hoofddeksel. Vier maanden later herhaalt een Pastafari in Den Haag hetzelfde trucje en ook in Oostenrijk en Tsjechië slaat het Spaghettimonster succesvol toe.

Het hek lijkt hiermee van de dam, want de klachtenregen na elke afwijzing die hierop volgt, neemt vanuit de ‘vliegende’ gemeenschap gestaag toe. In juli 2016 bezoeken honderden Pastafari’s een hoorzitting in Groningen die uit moet wijzen of kerkvoorzitter Dirk Jan Dijkstra met een vergiet op zijn hoofd op zijn paspoort mag. Een rechtbank bomvol volwassenen met een vergiet op hun hoofd lijkt op het eerste gezicht tijdverspilling; toch liegen de argumenten van Dijkstra en zijn volgelingen er niet om. ‘Onderscheid maken tussen een tulband en een vergiet is pure willekeur. Een sikh mag met een tulband op zijn paspoort poseren, omdat zijn religie dat voorschrijft. Waarom mogen wij als Pastafari’s onszelf niet identificeren op de manier waarop ons geloof dat voorschrijft? Wij zetten het vergiet op ons hoofd om het Vliegend Spaghettimonster te eren. Als de gemeentes hun voorgeschreven regels gewoon zouden opvolgen, dan zou dit gewoon mogen.’

Het keukengerei van Dirk Jan is volledig voorzien van schuimvoering, maar op zijn paspoort mag hij het nog altijd niet op. ‘De rechter bepaalde dat wij wel een levensbeschouwelijke overtuiging zijn, maar dat het vergiet niet op onze paspoortfoto’s mag omdat ik aangaf het vergiet af te doen wanneer iemand er aanstoot aan zou nemen. Die uitspraak bewees meteen weer de religieuze ongelijkheid in Nederland, want een christen in klederdracht, een Jood met een keppeltje of een moslima met een hoofddoek die wegens zijn of haar religie een dergelijke aanvraag doet, krijgt gewoon toestemming.’

Lees het hele artikel op Blendle.